Auxines zijn een groep plantenhormonen met vergelijkbare structuur en effecten, die in planten een groot aantal belangrijke functies vervullen. Het woord komt van het Griekse woord αυξειν (auxein), wat groeien betekent.
Wanneer een plant in het licht staat, hoopt auxine zich met name op in cellen aan de onbelichte kant van de plant. Dit opgehoopte auxine zorgt ervoor dat de cellen aan deze kant zich sneller strekken, waardoor de plant zich naar het licht buigt voor optimale fotosynthese — dit proces wordt fototropie genoemd.
Auxine en verwante stoffen, alsook cytokinines, zijn een belangrijk bestanddeel van stekpoeder.
Auxine hoopt zich op in cellen aan de schaduwzijde van de plant, waardoor de plant zich naar het licht buigt voor optimale fotosynthese.
Stimuleert de aanmaak van zijwortels. Een sterker wortelstelsel betekent een gezondere en productievere plant.
Reguleert de vruchtzetting voor gelijkmatige, grotere en sappigere vruchten met meer smaak.
Wanneer een plant in het licht staat, hoopt auxine zich met name op in cellen aan de onbelichte kant van de plant, de schaduwzijde. Het opgehoopte auxine aan de schaduwzijde zorgt ervoor dat de cellen aan deze zelfde kant zich sneller strekken. Daardoor groeit de schaduwzijde sterker dan de belichte kant van de stengel en de plant buigt zich naar het licht: de fotosynthese is daarmee optimaal. Dit proces wordt fototropie genoemd. Cellen reageren verschillend op verschillende concentraties auxine. Een liggende stengel zal aan de onderkant meer auxine aanmaken dan aan de bovenkant, waardoor de onderkant sneller groeit dan de bovenkant, zodat een stengel zich opricht. Een wortel reageert echter juist andersom. Dit effect noemt men geotropie. Knipt men de auxine-producerende groeitop uit een plant dan reageren de okselknoppen daarop door te gaan uitspruiten (apicale dominantie).